|
Arbowet- en regelgeving
Alle bedrijven in Nederland die iemand in dienst hebben, moeten voldoen aan de
Arbowet. Dit geldt ook voor verenigingen en stichtingen. De Arbowet bevat
verplichtingen voor werkgevers om goede arbeidsomstandigheden te realiseren en
ziekteverzuim te voorkomen.
Alle teksten van arbowet- en regelgeving kunt u vinden op de website van het
Arbo Platform Nederland:
http://www.arbo.nl/legislation.
Hier vindt u informatie over de relevante wetgeving met betrekking tot
arbeidsomstandigheden. Daarnaast ook wetgeving die dicht aan ligt tegen die van
arbeidsomstandigheden, zoals die over de sociale zekerheid. Van groot belang
voor de Nederlandse arbowetgeving zijn ook de richtlijnen van de Europese Unie
en tot slot ook de in het Engels vertaalde Nederlandse wetgeving.
Arbowet
Volgens de Arbowet zijn werkgevers (= ondernemers met ‘werknemers’ waarmee een
gezagsrelatie bestaat, waartoe b.v. ook uitzendkrachten of stagiar(e)s behoren)
verplicht om een adequaat arbeidsomstandighedenbeleid te voeren. Werkgevers en
werknemers dragen samen de verantwoordelijkheid voor het - systematisch -
verbeteren van de arbeidsomstandigheden in het bedrijf.
De Arbowet zelf kent weinig concrete regels. Er staan vooral algemene bepalingen
in over de uitgangspunten van het arbobeleid, verbetering van
arbeidsomstandigheden als continu proces, voorlichting aan werknemers, de
bedrijfshulpverlening, de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), de
ondersteuning door arbodiensten en het bevorderen van de samenwerking tussen
werkgever en werknemers. De wet regelt ook het toezicht en de handhaving door de
Arbeidsinspectie en het systeem van boete-oplegging.
Arbobesluit
Het Arbobesluit bevat wel concrete bepalingen waaraan werkgevers aandacht moeten
besteden, ingedeeld naar onderwerp, zoals:
-
de arbozorg
en de organisatie van het werk
-
de eisen
waaraan de inrichting van werkplekken moet voldoen
-
voorwaarden
waaronder werknemers met gevaarlijke stoffen mogen werken
-
regels voor
de lichamelijke (fysieke) belasting van werknemers
-
regels voor
fysische belasting van werknemers
-
eisen voor
omgevingsfactoren, zoals lucht en geluid
-
voorschriften
voor persoonlijke beschermingsmiddelen
-
regels voor
keuringen bij risicofuncties
Het Arbobesluit noemt enkele doelgroepen, waaraan werkgevers apart aandacht moet
besteden. Zo mogen jongeren niet zonder toezicht met gevaarlijke apparaten
werken. Jongeren, thuiswerkers, zwangere werkneemsters en werkneemsters die
borstvoeding geven mogen ook niet werken met gevaarlijke stoffen.
Arboregeling
Sommige onderwerpen uit het Arbobesluit worden weer verder uitgewerkt in de
Arboregeling. Het gaat dan b.v. over de taken van arbodiensten of de keuring van
hijskranen.
Andere arbovoorschriften
Naast deze regelingen bestaan er nog andere voorschriften en toelichtingen,
zoals de beleidsregels arbeidsomstandighedenwet. De arbobeleidsregels geven aan
hoe het vereiste beschermingsniveau bereikt kan worden, maar het zijn geen
algemeen bindende voorschriften. Werkgevers mogen dus op een andere manier
invulling geven aan de wettelijke voorschriften, zolang aangetoond kan worden
dat het gestelde minimumbeschermingsniveau wordt bereikt.
Een groot deel van de voorschriften komt voort uit EU-verplichtingen.
Wilt u actuele informatie over de wijze waarop werkgevers en werknemers in de
praktijk met de wetgeving en regels op het terrein van de arbeidsomstandigheden
kunnen omgaan, dan kunt u de Arbo-informatiebladen (AI-bladen) raadplegen. Deze
worden onder auspiciën van het Ministerie van SZW uitgegeven . Ze geven een
praktische toelichting op de wet- en regelgeving. En tot slot bestaan er
NEN-normen op het gebied van arbeidsomstandigheden, b.v. overgeluid en
trillingen (zie
www.nen.nl).
Wat zijn de wijzigingen in de Arbowet
t.a.v. de arbodienstverlening per 1 juli 2005?
A. Arbodienstverlening / deskundige ondersteuning
Werkgevers krijgen vanaf 1 juli 2005 meer keuzemogelijkheden voor het
organiseren van deskundige ondersteuning in arbodienstverlening.Iedere
organisatie kan een keuze maken. Je kunt kiezen voor de zogenaamde
standaardregeling of voor de maatwerkregeling. Als u kiest voor de
standaardregeling dan verandert er niks ten opzichte van de huidige situatie.
Want u houdt dan het bestaande contract met de huidige arbodienst, of u kiest
voor een andere arbodienst. Kiest u voor de maatwerkregeling dan heeft u meer
mogelijkheden. Maar er zijn wel drie voorwaarden verbonden aan deze
maatwerkregeling:
1.
U mag de maatwerkregeling alleen gebruiken in overeenstemming met de OR
of de personeelsvertegenwoordiging (PVT), of nadat het in de CAO mogelijk is
gemaakt.
2.
U moet als organisatie bij de maatwerkregeling in elk geval een
dienstverleningcontract afsluiten met een bedrijfsarts.
3.
U moet bij de maatwerkregeling de risico-inventarisatie en -evaluatie ter
toetsing voorleggen aan een van de vier kerndeskundigen (veiligheidskundige,
arbeidshygiënist, bedrijfsarts en arbeids- en organisatiedeskundige).
Als u aan deze voorwaarden voldoet kunt u er via de maatwerkregeling voor kiezen
om:
-
alle
deskundige arbo-ondersteuning extern in te kopen, bijvoorbeeld bij een
bedrijfsarts,
-
alle
deskundige arbo-ondersteuning intern te organiseren, door middel van het in
dienst nemen van arbodeskundigen,
-
een
combinatie van bovenstaande twee mogelijkheden, bijvoorbeeld een
veiligheidskundige aanstellen en andere arbodeskundigen inhuren.
Ook bij de maatwerkregeling blijft de werkgever verantwoordelijk voor het zich
laten bijstaan voor wat betreft de volgende vijf onderwerpen:
1.
advies over, en toetsing van de RI&E
2.
ziekteverzuimbegeleiding
3.
arbo-spreekuur
4.
periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek
5.
aanstellingskeuringen (indien dit is toegestaan)
Kortom: deze bijstand hoeft niet langer meer verplicht te worden afgenomen van
een arbodienst, deze dienstverlening mag ook door anderen worden verleend.
Daarbij moet dan wel bedacht worden dat in de Arbowetgeving een bepaling zal
worden opgenomen dat de bijstand m.b.t. de RI&E bij voorkeur intern moet worden
georganiseerd.
B. Aanstellen interne preventiemedewerker(s)
Een andere verandering in de Arbowetgeving komt neer op de aanstelling van een
of meer interne preventiemedewerker(s). Vanaf 15 werknemer moet iedere werkgever
zo'n preventiemedewerker aanwijzen, die belast wordt met preventietaken
(bijvoorbeeld voorlichting geven). In de RI&E moet de organisatie aangeven
hoeveel preventiemedewerkers er nodig zijn en wat ze precies moeten (gaan) doen.
Bij organisaties met 15 of minder werknemers mag de werkgever zelf deze taken op
zich nemen, op basis van aanwijzingen daartoe in de RI&E. In veel organisaties
zal de reeds bestaande arbo-coördinator feitelijk al de rol vervullen van
interne preventiemedewerker.
Een aantal vragen en antwoorden over de preventiemedewerker vindt u in onze
rubriek
vraag & antwoord
op deze site.
Om het bedrijven makkelijker te maken om een interne Arbodienst op te richten,
hoeft een bedrijf niet meer alle deskundigen (bedrijfsarts, arbeidshygiënist,
arbeidskundige en veiligheidskundige) in eigen huis te hebben. Het is ook
mogelijk een interne Arbodienst te laten bestaan uit 1 gecertificeerde
deskundige binnen het bedrijf die een samenwerkingsverband heeft met 3
deskundigen elders.
C. Toetsen van de RI&E
Met betrekking tot de toetsing van de RI&E door arbodeskundigen ontstaat er een
driedeling:
-
voor
bedrijven met meer dan 25 werknemers blijft alles bij het oude, zij leggen
de RI&E voor aan de arbodienst of (straks) aan een arbodeskundige. Deze
zullen de RI&E toetsen op basis van de voorschriften.
-
voor
bedrijven tot en met 25 werknemers(*) toetst de arbodienst nu al de RI&E op
een 'lichtere' wijze, mits deze bedrijven gebruik maken van een
RI&E-instrument dat door werkgevers en werknemers op branche- of
sectorniveau is vastgesteld. Na de wetswijziging kan zo’n bedrijf voor de
RI&E-toets ook volstaan met inschakeling van een arbodeskundige.
-
voor
bedrijven met 10 of minder werknemers komt na wetswijziging de toetsing
geheel te vervallen, op voorwaarde dat deze bedrijven gebruik maken van een
RI&E-instrument dat in de CAO is vastgelegd.
(*) Uitzondering: bedrijven met ten hoogste 40 uur arbeid per week moeten wel
een RI&E hebben, maar die hoeft niet getoetst door een arbodienst of deskundige.
all contents © Copyright P1000 2006, All rights
reserved. |